Waarom digitale soevereiniteit nu belangrijk is

De beslissing van het kabinet om de overname van Solvinity door het Amerikaanse Kyndryl te blokkeren, zorgde weer voor flink wat aandacht. Solvinity speelt een belangrijke rol in de infrastructuur achter DigiD en MijnOverheid. Volgens het kabinet zijn de risico’s voor de nationale veiligheid en de continuïteit van deze dienstverlening te groot om de overname zomaar toe te staan.

De zaak raakt daarmee aan een vraag die steeds vaker opduikt in bestuurskamers, IT-afdelingen en de politiek:

Hoe afhankelijk willen we zijn van buitenlandse technologie voor systemen die essentieel zijn voor onze samenleving?

Wat is digitale soevereiniteit?

Digitale soevereiniteit klinkt als een ingewikkeld beleidswoord, maar de betekenis is eigenlijk vrij eenvoudig. Het gaat over de mate waarin een land, overheid of organisatie zelf controle houdt over digitale systemen, data en infrastructuur.

Vragen die daarbij horen zijn:

  • Waar staat onze data?
  • Onder welke wetgeving valt die data?
  • Wie heeft toegang tot die systemen?
  • En wat gebeurt er als geopolitieke belangen veranderen?

Dit waren voorheen vooral technische of juridische vragen. Maar de wereld van vandaag maakt duidelijk dat ze ook een strategische en maatschappelijke kant hebben.

De Solvinity-zaak laat zien waarom dit onderwerp zo actueel is

De Nederlandse overheid besloot de overname van Solvinity door het Amerikaanse Kyndryl tegen te houden. Solvinity levert diensten voor onder meer DigiD en MijnOverheid en wordt gezien als onderdeel van de digitale infrastructuur waarop miljoenen Nederlanders dagelijks vertrouwen.

De zorg van het kabinet zit niet zozeer in de technologie zelf, maar in de vraag wie uiteindelijk invloed krijgt op vitale systemen wanneer eigenaarschap verschuift naar het buitenland.

Dat is een discussie die we al langer kennen uit sectoren zoals energie, telecom en bijvoorbeeld havens. Nu zien we dezelfde vragen ontstaan rondom digitale infrastructuur.

DigiD is veel meer dan een inlogsysteem

Voor de meeste Nederlanders is DigiD gewoon een knop waarmee je inlogt. Maar achter die knop schuilt een systeem dat een cruciale rol speelt in het functioneren van de Nederlandse overheid.

Belastingzaken, zorg, gemeenten, onderwijs, uitkeringen en andere diensten zijn ervan afhankelijk. Als DigiD uitvalt, heeft dat direct gevolgen voor miljoenen Nederlanders.

Het is dus een vorm van kritieke infrastructuur. Net zoals energievoorziening en betalingsverkeer essentieel zijn voor onze samenleving, geldt dat inmiddels ook voor digitale systemen. En zodra iets onderdeel wordt van die essentiële infrastructuur, wordt de vraag naar eigenaarschap en controle automatisch relevanter.

Het gaat niet alleen over Microsoft.

Bij discussies over digitale afhankelijkheid komt de aandacht vaak snel terecht bij Microsoft. En dat is begrijpelijk. Veel organisaties draaien op Microsoft 365, Azure, Teams en Outlook.

Maar de discussie is groter dan één leverancier. Ook Google, Amazon Web Services, Meta en andere internationale technologiebedrijven spelen inmiddels een enorme rol in de digitale infrastructuur van organisaties en overheden.

Dat is niet zo gek. Hun producten zijn innovatief en betrouwbaar. En ze hebben de digitale transformatie van de afgelopen jaren mede mogelijk gemaakt. Tegelijkertijd ontstaat daardoor een nieuwe werkelijkheid: een groot deel van onze digitale omgeving is afhankelijk van een beperkt aantal internationale partijen.

Dat hoeft geen probleem te zijn. Maar het is wel iets waar organisaties zich steeds bewuster van worden.

De aandacht groeit voor Europese alternatieven

Binnen Europa groeit al langer de aandacht voor digitale onafhankelijkheid. Europese landen investeren in eigen cloudinitiatieven, strengere regelgeving rondom data en meer controle op digitale infrastructuur. Frankrijk heeft daar bijvoorbeeld al grote stappen in gemaakt! 

Organisaties zullen morgen niet massaal afscheid nemen van Microsoft, Google of Amazon. Dat is simpelweg niet realistisch. Maar wel omdat er behoefte ontstaat aan meer balans en meer keuzevrijheid. En natuurlijk minder afhankelijkheid van een klein aantal leveranciers. Zo krijg je meer controle op de systemen.

Waar digitale keuzes vroeger vooral werden gemaakt op basis van functionaliteit, en gebruiksgemak, spelen tegenwoordig ook geopolitieke en strategische overwegingen een rol.

Tot slot

De discussie over digitale soevereiniteit gaat uiteindelijk niet over technologie alleen. Het gaat over controle en continuïteit. En een weerbaarheid die we als land nodig hebben.

De Solvinity-zaak laat zien dat Nederland die discussie steeds serieuzer begint te nemen. En waarschijnlijk is dat een goede ontwikkeling.

Geen reacties

Laat een reactie achter